winkelpui

mannelijk/vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de gevel van een winkel vaak met grote etalage ramen en een ruime ingang
    De auto van de burgemeester van Rucphen is in brand gestoken. Dat gebeurde in de nacht van zaterdag op zondag in Sint Willebrord. De BMW brandde helemaal uit en een winkelpui raakte beschadigd. Tubantia 02-08-15 [https://www.tubantia.nl/binnenland/auto-burgemeester-rucphen-in-brand-gestoken~ab767e85/ Auto burgemeester Rucphen in brand gestoken]
    De bende gaat volgens Ten Tusscher zeer professioneel te werk. Meerdere vermomde daders verschaffen zich met brute kracht toegang tot de winkels en pakken heel snel een beperkt aantal topfietsen mee. Aan de Oldenzaalsestraat In Enschede bleven vannacht prijzige e-bikes en spinning-bikes onaangeroerd. “Onze winkelpui is al beveiligd tegen dit soort ramkraken, we hadden er ook een wagen voor staan. Ze hebben met een paar heel grote zwerfkeien aan de zijkant een schuifpui vernield.” Tubantia 24-11-15 [https://www.tubantia.nl/enschede/bende-die-aast-op-dure-mountainbikes-slaat-toe-in-fietsenwinkel-enschede~a92d18d7/ Bende die aast op dure mountainbikes slaat toe in fietsenwinkel Enschede]
    Vooral in krimpregio’s is veel leegstand, zoals hier in Groningen. De provincie heeft 138.046 m2 winkelruimte leegstaan. Dat levert beelden op van veel troosteloze, dichte winkelpuien. NRC 24 juni 2014 [https://www.nrc.nl/nieuws/2014/06/24/troosteloze-dichte-winkelpuien-a1464678 Troosteloze, dichte winkelpuien]

Vertalingen

Engelsstore frontage