winkelkast
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈwɪŋkəlˌkɑst/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- kast of etalage in een winkel waarin de te verkopen waren uitgestald liggenBij Rookmaker hing juist een groote 'photogravure' alleén in de winkelkast: 'la dernière cartouche' of 'de laatste patroon', waarop een gekwetste 'zouaaf' neêrzeeg.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek