winkeljuffrouw
vrouwelijk (de)/ˈwɪŋkəl.jʏˈfrɑu/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (beroep) een vrouw die beroepsmatig in een winkel, een supermarkt, een warenhuis of buiten werkt, met name klanten bedient, waren verkoopt of achter de kassa zitHij knevelde er de 21-jarige winkeljuffrouw en sleurde haar mee naar de voorraadkamer. Daar randde hij haar aan en gaf ze slagen en 18 messteken. Krant: Het Nieuwsblad van 18 oct 2006[http://www.nieuwsblad.be/cnt/dmf18102006_086 Dertig jaar cel voor moordpoging op winkeljuf]
Vertalingen
Engelssalesgirl, saleswoman
Fransvendeuse
DuitsLadenangestellte, Verkäuferin
Spaansdependienta, soltera, vendedora
Zweedsbutiksbiträde, försäljare, säljare
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek