winkelier
mannelijk (de)/ˌwɪŋkəˈlir/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (beroep) een detailhandelaar die een winkel houdt of heeftVraag het anders even aan die winkelier, dan weet je het zeker.
Etymologie
* In de betekenis van ‘man die een winkel drijft’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1614
Vertalingen
Engelsstorekeeper
Franscommercant
DuitsLadenbesitzer, Geschäftinhaber
Spaanstendero
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek