winkeldiefstal
mannelijk (de)/ˈwɪŋkəlˌdifstɑl/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- de daad van het stelen van goederen uit een winkelVeel winkeldiefstallen worden gepleegd door het winkelpersoneel.
Vertalingen
DuitsLadendiebstahl
Zweedssnatteri
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek