wimber
mannelijk (de)/ˈwɪmbər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (straalvinnigen) karperachtige soort riviervisDe jager geloofde niet dat hij dit zou kunnen doen, maar binnen een minuut lag deze wimber, en geen ander, voor zijn oeten.
Etymologie
*van "vimbre" gevormd
Vertalingen
Engelsvimba bream
Fransvimbre, serte
DuitsZährte, Rußnase, Rußnase
Russischрыбец, сырть
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek