wijze

mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. manier
    Het behalen van de landstitel werd op een grootse wijze gevierd.
    Hij vertelde dat sommige winkels en bars nog open waren, maar dat andere gesloten waren en dat het trein- en busverkeer op mysterieuze wijze tot stilstand en weer op gang kwam.
    Toch hadden het landschap en het huis voor Olive al vanaf het eerste moment iets verkwikkends gehad, op een wijze die nieuw voor haar was en volkomen onverwacht.
  2. bij wijze van: als
    Wanneer we te laat kwamen, zeiden we altijd 'het regent' bij wijze van excuus, en iedereen begreep dat meteen.
zelfstandig naamwoord
  1. wijs persoon
    De Lockheed-affaire werd door een commissie van wijzen onderzocht.
    Hij keek er stralend naar, alsof het een baar goud was en Teresa een van de drie Wijzen uit het Oosten.

Uitdrukkingen

  • De steen der wijzen zoekeneen oplossing zoeken voor iets wat bijna niet op te lossen is
  • Eén gek kan meer vragen/vragen stellen dan tien wijzen kunnen beantwoordener zijn altijd wel vragen waar niemand het antwoord op weet

Vertalingen

Engelsway, manner, mode
DuitsWeise
Spaansmanera, modo, forma