wijkverpleegster

vrouwelijk (de)/ˈwɛikfərˌplexstər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. verpleegkundige van de thuiszorg die mensen in hun eigen huis verzorgt
    Ook volgens E. Edens van het Leger des Heils gaat het om begeleiding en niet om zorg. „Als u en ik ziek thuis zitten komt er ook regelmatig een wijkverpleegster langs." Tubantia 26 februari 2012 [https://www.tubantia.nl/enschede-e-o/rvs-buigt-zich-over-opvang-verslaafden-laares~a2e94897/ RvS buigt zich over opvang verslaafden Laares]
    In de zorg liggen nieuwe kansen voor wijkverpleegkundigen. De verpleegkunde is een markt geworden met legio uitdagingen. Tubantia 8 mei 2014 [https://www.tubantia.nl/overig/nieuwe-kansen-voor-wijkverpleegkundige-2-0~a86689ea/ Nieuwe kansen voor wijkverpleegkundige 2.0]
    Op straat in Roermond is het doodstil. Overal hangen afzetlinten, de winkels zijn gesloten, rolluiken omlaag, de straten leeg. Alleen een wijkverpleegster van thuiszorg loopt er met de fiets aan de hand, op weg naar cliënten. Met blauw mondkapje en overtrekschoenen. Tubantia 17 december 2014 [https://www.tubantia.nl/binnenland/brand-en-asbest-maken-spookstad-van-roermond~a564166e/ Brand en asbest maken spookstad van Roermond]

Vertalingen

Engelsvisiting nurse, district nurse, health visitor