wienerschnitzel
mannelijk (de)/winərˈʃnitsəl/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- gepaneerde, platte lap kalfsvlees gebraden in reuzel of olie en geserveerd met citroenDe partij lijkt geïnspireerd te zijn door de Duitse minister van Landbouw, Christian Schmidt, die sinds een week ’Wat er op staat, moet er ook in zitten’ als levensmotto heeft. Het consequent doorvoeren van deze logica gaat overigens problemen opleveren voor tal van andere vaak oer-Nederlandse producten: Katjesdrop, Gesuikerde spekjes, Jodenkoeken, Negerzoenen, Zigeunerschnitzel, Wienerschnitzel, Lamsoren, Pepernoot, Pindakaas, Moorkop, Vogelzaad, Boterhamworst, Bokkenpoot, Boerenjongens, Aalbessen, Prinsessenbonen, Tompoes, Langevingers, Kikkererwten, Vleestomaten, Koninginnesoep, Borrelnootjes, Russisch Ei, Slavinken, Patatje Kapsalon, Vliegenzwam, Varkenshaas, Boerenkool, Hagelslag en Bereklauw zullen verdwijnen. Maar ook de Volkswagen “Kever” en Schone Diesel zijn dan natuurlijk uit den boze. Droplullende Telegraaf 05 jan. 2017Misschien kom je niet verder dan een Wienerschnitzel of een Wienermelange als je denkt aan de Oostenrijkse keuken, maar er is natuurlijk veel meer. Wat dacht je van de overbekende klassieker apfelstrüdel of heb je ooit gehoord van Kaisserschmarren?de Telegraaf 06 jan. 2016
Etymologie
*uit het Duits
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek