wielrijdster
vrouwelijk (de)/ˈwilrɛitstər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (verkeer) vrouw die op een fiets rijdt
Etymologie
* van "wielrijden" of afgeleid van "wielrijder"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek
* van "wielrijden" of afgeleid van "wielrijder"