wiebelen

/xxxx/

Betekenis

werkwoord
  1. inerg (inerg) heen en weer bewegen bij staan of zitten
    Het onrustige kind wiebelde de hele dag op haar stoel.
  2. inerg (inerg) onzeker staan
    De vaas wiebelde en viel in stukken op de grond.
    Die op elkaar gepakte suikerdoosjes van huizen in Trovill, die wiebelden als je de deur dichtsloeg en waar ze geen eigen water hadden, stelden niets voor.

Etymologie

* In de betekenis van ‘wankelen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1847