wicca
vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een neoheidense natuurreligie die in 1954 werd gepopulariseerd door Gerald GardnerHet lentefeest is een van de jaarfeesten van het paganisme. Het geloof is geïnspireerd op eeuwenoude rituelen uit Ierland, Groot-Brittannië en Schotland. Wicca is één van de belangrijkste stromingen binnen het paganisme en staat bekend als een moderne vorm van hedendaagse hekserij.
- aanhanger van de natuurreligie wicca,,Ik heb de week voor haar komst veel mailtjes en telefoontjes gehad van verontruste gemeenteleden, aldus Kranen. Hij deelde die opvatting. ,,Ik heb een studie gemaakt van heksen. En Smit is een wicca (een natuurreligie) en dat hoort bij de duivel. En dat hoort dus niet in een gebouw van de hervormde kerk.
Etymologie
* uit het Engels (witch)
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek