whiplash

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈwɪplɛʃ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. letsel aan de nek en/of rug ten gevolge van een ongeval of andere plotselinge gebeurtenis waarbij het hoofd krachtig voor en achteruit bewogen wordt
    Casus 3: de werknemer met een whiplash die naar Frankrijk ging voor een concert van Metallica. Raymond liet een baardje staan, kocht kisten en een metalshirt en reed achter hem aan. De jongen die al maandenlang niet naar zijn werk kwam stond vooraan zonder brace om zijn nek, te headbangen. NRC Raoul de Jong 6 december 2016

Etymologie

*uit het Engels: zweepslag