wetland
onzijdig (het)/ˈwɛtlɛnt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (ecologie) waterrijk natuurgebied waar de afwisseling tussen droge en natte perioden een grote rol speeltHet oorspronkelijk regenwoud is voor het eerst ook onderscheiden naar hoogte: wetland, waaronder veenbos, bos in laagland, in middelhoog gebergte en in het hooggebergte. (…) Met die verfijndere analyse bleek dat vooral in de natte lage gebieden (wetlands) veel verloren ging: 2,6 miljoen hectare, waaronder 1,5 miljoen hectare in Sumatra (over de laatste 12 jaar).
Etymologie
*van "wetland"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek