werkslaaf

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iemand die heel hard moet werken
    Gisteren kwam mijn vriend aangetuft in zijn Fiat Panda, het onverwoestbare overblijfsel van wat ooit de auto was die door zijn schoonvader als pretmobiel en werkslaaf werd misbruikt. Nog steeds liep het hondje dat vorig jaar vergeefs de koude hand van zijn dode baasje likte achter dat autootje aan. De Standaard 22 DECEMBER 2012 OM 03:00 UUR | Thomas Siffer [http://www.standaard.be/cnt/dmf20121221_00410416 Hard labeur]
    Elke dag fietst Kaaij naar zijn werk. „Daar krijg ik energie van. Ik voelde me vroeger een werkslaaf: met een koffertje liep ik mee in de stroom mensen. Nu zie ik de stad ontwaken. Heerlijk die ochtendlucht.” Reformatorisch Dagblad Gijsbert Bouw 23-12-2009 [https://www.rd.nl/vandaag/economie/carri%C3%A8reswitcher-kaaij-ik-voelde-me-vroeger-een-werkslaaf-1.136999 Carrièreswitcher Kaaij: Ik voelde me vroeger een werkslaaf]
    Maar pas toen hij in 1991 begon te werken als softwarespecialist, vond hij het ware onderwerp voor zijn romans: de dagelijkse routine van een werkslaaf. De Standaard Le provocateur [http://www.standaard.be/cnt/dexa08122000_016 08 DECEMBER 2000 OM 00:00 UUR | emily eakin, foto's lise sarfati]

Vertalingen

Engelswage slave