werkploeg

mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een groep van werklieden die samenwerkt
    X. was op het laatste moment ingevallen voor een zieke in een werkploeg die graafwerkzaamheden deed en was niet vooraf aangemeld. De procedures schrijven dan voor dat er overleg plaatsvindt tussen de bewaking en een luchtmachtfunctionaris. Maar dat is niet gebeurd. El A. werd toegelaten na contact met de voorman en het overhandigen van zijn identiteitsbewijs.de Telegraaf 08 jun. 2017
    Het merk had de grote vraag kennelijk zien aankomen, want vorig jaar werd de werkploeg van de Halewood-fabriek uitgebreid naar meer dan 3.000 werknemers. Ook de vraag van de Freelander 2 nam toe, dus werden er nog eens 1.000 mensen bij aangenomen want ook dit model wordt in Halewood gebouwd. Het totale werknemersbestand van de productiefaciliteit komt daarmee uit op meer dan 4.000 mensen.de Telegraaf SJOERD BILSEN, VAN 08 nov. 2012

Vertalingen

Engelsworking shift, gang of workers