werknemer

mannelijk (de)/ʋɛrkˈnemǝr/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iemand die voor een ander werkt en daarvoor betaald wordt
    Hij is aangesloten bij een vereniging van werknemers.
    Burn-outs zijn tegenwoordig beroepsziekte nummer 1.Het NRC meldt dat meer dan 14 procent van de werknemers jaarlijks burn-outklachten ondervindt.

Etymologie

*Samenstellende afleiding van werk en de stam van nemen

Vertalingen

Engelsemployee
Spaansempleado, obrero
Deensarbejdstager