werkmeid

vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. vrouwelijk personeelslid van lage rang of stand die eenvoudige maar vaak zware huishoudelijke taken verricht
    Trijn, de werkmeid, heeft als al het personeel in burgemeester Tavelincks huis een hekel aan de zoon van het hoerenvolk, die steeds op Holland scheldt maar met de dikste fooien gaat strijken.
    " De grote grove werkmeid wankelt even op haar benen, niet om de klap, ze is bij haar moeder thuis wel andere kastijdingen gewend, maar om het onverwachte ontslag, midden in de koude wintertijd! „Ik heb toch niks gedaan!" begint ze dan luidop te jammeren.