wentelaar
mannelijk (de)/ˈwɛntəˌlar/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- benaming voor vissen uit de familieTot mijne verbazing herkende ik dezen visch, uit alle teekenen, voor den Silurus anguillaris Linn. (eene met onzen wels of wentelaar zeer naauw verwante soort) die in het sijstema der natuurlijke historie, als een bewoner van den Nijl opgegeven wordt. Reizen in Zuid-Afrika in de Hollandse tijd. Deel II. Tochten naar het Noorden 1686-1806(1916)–E.C. Godée Molsbergen [https://www.dbnl.org/tekst/gode006reiz02_01/gode006reiz02_01_0019.php Verblijf bij den Beetjuanen-stam der Maatjaping aan de Rivier Kuruhman.1)]Een wentelaar in slijk, besproeid met Bacchus bloed; Vaderlandsche letteroefeningen. Jaargang 1818(1818)– [tijdschrift] Vaderlandsche Letteroefeningen [https://www.dbnl.org/tekst/_vad003181801_01/_vad003181801_01_0126.php De Veldslag bij Waterloo en Dichtproeven, door Vincent Loosjes. Te Haarlem, bij A. Loosjes, Pz. 1817. In gr. 8vo. VI en 135 Bl. f 2-8-:]
Etymologie
* van wentelen
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek