wensen
/ˈwɛnsə(n)/
Betekenis
werkwoord
- verlangen, op iets hopen' Burgemeester en Wethouders van Alblasserdam roemden 'zijn houding tegenover zijn superieuren, evenals zijn omgang met aannemers en arbeiders' en schreven dat 'zijn dienstijver in deze jaren niets te wensen overliet'.
- op iets hopen voor iemand, toewensenIk wens iedereen wat tijd alleen. Wacht niet tot je een burn-out hebt of in een ernstige situatie bent beland. Zie het eerder als preventie.
Vertalingen
Engelsdesire
Franssouhaiter, désirer
Duitswünschen
Spaansdesear
Italiaansdesiderare
Portugeesdesejar
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek