Wens

mannelijk (de)/wɛns/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. verlangen, iets waar men naar uitziet
    Het is mijn wens om rijk te worden.
    Otto heeft nagedacht over alternatieven voor dit huwelijk en geen oplossingen gevonden, en nu accepteert hij somber dat de bruiloft doorgaat, vooral omdat het Thea's wens is.
  2. uitspraak waarin men een verlangen verwoordt

Etymologie

* In de betekenis van ‘verlangen’ voor het eerst aangetroffen in 1285

Vertalingen

Engelswish, desire, want
Fransdésir
DuitsWunsch
Spaansdeseo
Italiaansdesiderio
Russischжелание
Zweedsönskan, önskning