wem
mannelijk (de)/wɛm/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- verbreed en dan spits toelopend plat uiteinde aan de arm van een ankerDaar 't anker vrij langs vreemde kusten den wem in afgronds boezem grift, (…)
Etymologie
*(erfwoord) mogelijk verwant aan "hwomm" "hoek"
Vertalingen
Engelsfluke
DuitsFlunke
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek