wellust
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- zingenot, seksueel genot
Etymologie
* Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘zingenot’ voor het eerst aangetroffen in 1350
Vertalingen
Engelslust, sexual pleasure
Fransenvie, luxure
DuitsWollust
Spaanslujuria, voluptuosidad
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek