wegtrekken
/ˈwɛxtrɛkə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (erga) ~ uit: een bepaald gebied verlatenDe koekoek trekt in de herfst weg uit Europa.
- (erga) ~ uit: iets kwijtraken omdat het verdwenen isJe ziet ook hoe het leven langzaam uit de Route is weggetrokken. De romantiek van het verval is overvloedig aanwezig. Verlaten, met gras en onkruid overwoekerde tankstations.
- (ov) iets ~: door trekken iets verwijderenHet gordijn werd weggetrokken en een prachtig decor kwam in zicht.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek