wegkant

mannelijk (de)/ˈwɛxkɑnt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de grond vlak naast een weg
    De tijden dat met gif de wegkant rein werd gehouden, liggen ver achter ons. Vandaag de dag krijgt de natuur vrij spel en komen alleen zeis en maaier eraan te pas om het zicht vrij te houden. Met het maaisel is het wel oppassen geblazen. Tubantia 13 mei 2006 [https://www.tubantia.nl/achterhoek/een-lief-dodelijk-plantje~a7a9364e/ Een lief dodelijk plantje]
  2. de naar de weg gerichte zijde van een gebouw
    Maar sinds er matglas aan de wegkant is aangebracht is dat al een stuk minder. En ja, als het spel tijdens de gymlessen op het veld naast de school wordt stilgelegd voor instructies, kan het gebeuren dat de leraar even niet te verstaan is. "Maar over het geheel genomen valt er wel mee te leven." Tubantia 9 mei 2008 [https://www.tubantia.nl/overig/je-moet-niet-alles-willen-weten~ad592e3d/ 'Je moet niet alles willen weten']

Vertalingen

DuitsWegrand