wegdoen

/ˈwɛɣ.dun/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov): niet langer behouden
    Ga jij die troep nu eindelijk eens wegdoen?
  2. ov (ov): zich ontdoen van
  3. ov (ov): uitwissen, uitvegen
  4. ov (ov): wegbrengen
  5. informeel, economie, ov (informeel), (economie) (ov): (m.b.t. personeel) ontslaan