weet

mannelijk/vrouwelijk (de)/wet/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. daad van het weten, wetenschap, kennis
    Ik dat wel aan de weet komen.
    Hij weet zijn weetje wel.
  2. arch.: een mededeling, aankondiging
    Hij is met eene openbare weet aan de stadpoorten ingedaagd. {{Weiland

Etymologie

*: "weten" zonder de uitgang -en