weet
mannelijk/vrouwelijk (de)/wet/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- daad van het weten, wetenschap, kennisIk dat wel aan de weet komen.Hij weet zijn weetje wel.
- arch.: een mededeling, aankondigingHij is met eene openbare weet aan de stadpoorten ingedaagd. {{Weiland
Etymologie
*: "weten" zonder de uitgang -en
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek