wees

mannelijk/vrouwelijk (de)/wes/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. (minderjarige) persoon wiens vader en/of moeder is gestorven
werkwoord
  1. gebiedende wijs van zijn
    Wees lief voor elkaar!

Etymologie

*<Middelnederlands wese <Oudnederlands: weiso <: *waisan: <

Vertalingen

Engelsorphan
Fransorphelin
Spaanshuérfano
Italiaansorfano
Russischсирота
Japans孤児, こじ, koji
Poolssierota