weerspiegelen

/xxxx/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) als beeld terugkaatsen
    Het stille water van het meertje weerspiegelde de besneeuwde bergtoppen.
    Houten meerpalen weerspiegelden in het water.
  2. ov (ov) overdrachtelijk: een evenbeeld zijn van iets
    Zijn latere werk weerspiegelde zijn eerdere ervaringen soms ongemerkt.