weeklacht

mannelijk/vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. uiting van pijn en verdriet
    Haroun is bitter, zijn leven is vernield door de moord, en door de rouw en roep om wraak van zijn moeder. Wat hem het meeste stak, vertelt hij, in een lange, lyrische weeklacht, is dat zijn broer in die beroemde roman onbenoemd blijft. NRC Herien Wensink 4 september 2016 [https://www.nrc.nl/nieuws/2016/09/04/overdosis-vervreemding-in-die-fremden-stoot-af-4130846-a1519611 Overdosis vervreemding in ‘Die Fremden’ stoot af]
    Het heeft mij een blijvende argwaan bezorgd jegens cultuurpessimisten, die in manifesten fel van leer trekken tegen de Lopakhins van deze wereld. Ik zou zeggen, voordat je je weeklacht aanheft: kijk in de spiegel, erken je medeplichtigheid, betreur je verdomde luiheid, je achteloze verwaarlozing van de ooit zo glanzende idealen, de fatale compromissen die je hebt gesloten om de boel te redden. NRC Bas Heijne 1 september 2016 [https://www.nrc.nl/nieuws/2016/09/01/er-is-een-publiek-dat-snakt-naar-diepte-en-betekenis-4086249-a1519000 Bas Heijne: er is wél publiek dat snakt naar diepte en betekenis]

Vertalingen

Engelsjeremiad, lamentation, complaint