wee
vrouwelijk (de)/we/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (medisch) pijnlijke samentrekking die het barensproces inleidtDe weeën zijn al begonnen.
- (verouderd) gebeurtenis die veel schade en verdriet veroorzaakt
- diep bedroefd gevoel of hevige pijn
- (diergeneeskunde) ontsteking bij vee, veroorzaakt door besmetting met
tussenwerpsel
- uitroep van groot verdrietDat ging met veel ach en wee gepaard.
- versterkt een dreigementWee je gebeente als je dat durft!
Etymologie
*(erfwoord) (klanknabootsing) via Middelnederlands """ van Oudnederlands "weuwa", in de betekenis ‘pijn’ aangetroffen vanaf 801-1000 en in de betekenis van ‘smart, tussenwerpsel ter uitdrukking van smart’ aangetroffen vanaf 1265
Uitdrukkingen
- wel en wee
Vertalingen
Engelscontraction, labour pain, woe
Franscontraction, malheur, douleur
Duitswehe
Spaansdolores, dolores de parto
Italiaansdoglie, doglie del parto, guai
Poolsskurcz
Zweedskrystvärk, värk, sammandragning
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek