weduwe
vrouwelijk (de)/ˈʋeːdyʋə/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- vrouw wier huwelijkspartner overleden isZe had voor dit boek een aantal weduwes geïnterviewd over de invloed die het verlies van hun partner op de rest van hun leven heeft gehad.Candida was de weduwe van een welgedane, joviale man uit Biarritz wiens foto in bijna alle kamers van het appartement troonde.Met zijn handen op zijn heupen liep hij terug naar Teresa, nam haar onderzoekend op, draaide langzaam een rondje om haar heen en pakte toen haar vlecht vast, die hij in zijn hand woog, alsof hij een weduwe op de markt was die haar neus optrok voor de aangeboden groente.
Etymologie
* In de betekenis van ‘vrouw van wie de echtgenoot is overleden’ voor het eerst aangetroffen in 901
Vertalingen
Engelswidow
Fransveuve
DuitsWitwe
Spaansviuda
Italiaansvedova
Portugeesviúva
Poolswdowa
Zweedsänka
Deensenke
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek