weder

onzijdig (het)/ˈwedər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. meteorologie, verouderd (meteorologie) (verouderd) weer (de atmosferische omstandigheden)
  2. landbouw, verouderd (landbouw) (verouderd) weer (een gesneden ram of geitenbok)

Etymologie

* In de betekenis van ‘bijwoord van tijd: opnieuw’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 901

Uitdrukkingen

  • het is weder raak
  • weder terecht zijn