weder
onzijdig (het)/ˈwedər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (meteorologie) (verouderd) weer (de atmosferische omstandigheden)
- (landbouw) (verouderd) weer (een gesneden ram of geitenbok)
Etymologie
* In de betekenis van ‘bijwoord van tijd: opnieuw’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 901
Uitdrukkingen
- het is weder raak
- weder terecht zijn
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek