watten

meervoud/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. medisch (medisch) ongesponnen katoen of een synthetische vervanging daarvan bedoeld voor het aanbrengen op wonden
    Hij bracht eerst wat watten aan en vervolgens wat steriel gaas en wat pleisters.

Etymologie

*, via "ouate" van middeleeuws Latijn "wadda" "textiel dat ruw en rafelig is gemaakt voor gebruik als voering of in dekens", in de betekenis van ‘verbandmiddel’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1655

Uitdrukkingen

  • iemand in de watten leggeniemand overdreven goed behandelen, verwennen

Vertalingen

Engelscotton wool
Spaansalgodón