waterpoloën

Betekenis

werkwoord
  1. het spelen van waterpolo
    "Zelf hadden we tegen Kazachstan meer moet scoren, maar het is gewoon een heel degelijke tegenstander. Het is echt niet zo dat zij totaal niet kunnen waterpoloën. De wedstrijd tegen Hongarije wordt heel belangrijk. En spannend."
    Polar Bears weigert te waterpoloën tegen BZC na ‘bewuste kaakbreuk’

Etymologie

* afleiding van waterpolo