wateroppervlakte

vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het grensvlak tussen water en lucht
    Vanaf het strand is een mui niet goed te zien. Toch kan er onder het wateroppervlakte bij de kustlijn eentje zitten.
    De vriendin waarmee hij dook zegt dat hij niet stapsgewijs naar boven ging, zoals gebruikelijk is, maar in één keer. Hij zou bij het wateroppervlakte verstrengeld zijn geraakt in de touwen van een boei en de boot.
    Heb je een regenton in de tuin? Gooi er een scheut zonnebloemolie in want dan kunnen de muggen, als de eitjes uitkomen, niet naar de wateroppervlakte zwemmen en verdrinken ze.