waterinlaat
mannelijk (de)/ˈwatɛrˌɪnlat/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (techniek) toegang bestemd om water in een pomp of andere constructie te laten stromenOok de waterinlaat van dit type boiler kan een bijzondere uitvoering hebben, waardoor het koude water naar dat gedeelte van het boilerwater wordt gevoerd waar de watertemperatuur het hoogst is.
- (waterbeheer) constructie in een dijk die kan worden geopend om beheerst water door te latenVan een doods eind moet ook dit een levendig stukje Rotte worden, met een ligweide aan het water, een aanlegsteiger en een kanoverhuur. Maar belangrijker voor de Rotte als geheel is de waterinlaat waarvoor twee maanden geleden een betonput geplaatst is. De inlaat, inclusief vispassage, maakt het mogelijk om vers zoet water uit de Maas aan te voeren, via de Leuvehaven en een oude buis onder de Blaak door.
- (waterbeheer) plaats waar oppervlaktewater in de bodem kan zinken voor toekomstige waterwinningHet is de waterinlaat waar iedere minuut grote hoeveelheden water de duinen in wordt gepompt. Het water komt vanuit het IJsselmeer en wordt in de duinen gefiltreerd voor ons drinkwater.
- (waterbeheer) beheerste toestroom van waterDe Unie van Waterschappen bekijkt de mogelijkheid van het aanleggen van zoetwaterbassins, maar neigt naar het meer dan nu aanspreken van bestaande, natuurlijke bekkens in geval van droogte. In dat geval moet vooral extra worden geïnvesteerd in sluizen en gemalen. De waterschappen denken met name aan extra waterinlaat uit IJsselmeer en Haringvliet.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek