waterigheid

vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de mate waar in iets lijkt op water
    Tussen de zeven soepen uit de Struikfabriek worden wel degelijk subtiele verschillen opgemerkt in kruiding, waterigheid en ballenbleekheid. De overlap is desondanks enorm. Tubantia Matthijs Meeuwsen > 25-04-18 [https://www.tubantia.nl/koken-en-eten/groentesoep-uit-blik-in-veel-gevallen-niet-veel-soeps~a8b973bc/ Groentesoep uit blik, in veel gevallen niet veel soeps]

Etymologie

* afleiding van waterig