wasvrouw
vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- vrouw die voor haar beroep de was doetHeel de stad doet woensdag mee aan de festiviteiten. De straten in de binnenstad zijn bedekt met stro, terwijl de visnetten en de was in de straten worden gedroogd. De bevolking loopt in zestiende-eeuwse kledij, vissers leuren met ’versche visch’ en wasvrouwen doen aan de waterkant de was.de Telegraaf JOOP DUIJS 28 mrt. 2015De Wasvrouwen van Parijs was een economisch model. Vanuit de dure huizen kwam de was Die werd aangenomen door een vrouw, die gaf het door aan een ander en die gaf het weer door aan een ander totdat het uiteindelijk bij een echte wasvrouw aan de Seine terechtkwam.de Telegraaf 11 jun. 2014`Mijn vader had van de rentmeester gehoord dat ze op de manor een wasmeisje zoeken.'`0 ja? En denk je dat de wasvrouw wat zal hebben aan zo'n kleintje als jij?'
Vertalingen
Engelslaundress
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek