washuis

onzijdig (het)/ˈwɑshœys/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een publieke gelegenheid waar mensen hun was kunnen doen
    De eerste Russische kustvaarders worden in december in de haven van Puttershoek verwacht. Tientallen schepen zullen tot 2009 afmeren aan de loswal langs de Oude Maas en de complete fabriek, installaties, het complete washuis en het snijmolenstation, overbrengen. Reformatorisch Dagblad 21-11-2007 [https://www.rd.nl/vandaag/binnenland/fabriek-puttershoek-verhuist-naar-rusland-1.1309683 Fabriek Puttershoek verhuist naar Rusland]
    Midden in het woonblok stond een bad- en washuis, waren er twee goederenliften en had elke woning centrale verwarming en een stortkoker voor keukenafval. Reformatorisch Dagblad 04-09-2012 [https://www.rd.nl/vandaag/binnenland/monument-volkshuisvesting-gerenoveerd-1.682695 Monument volkshuisvesting gerenoveerd]