wasboom
mannelijk (de)/ˈwɑzbom/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een positieve vorm van was die men gebruikt in een gietprocesDe armpjes van bijenwas worden in een ‘wasboompje’ (foto 4) gezet. Over de wasboom komt een bus te staan, die wordt gevuld met gips. Vervolgens wordt de was eruitgehaald en kan de gipsvorm gevuld worden met het edele metaal. Zo ontstaat een ‘zilverboompje’ (foto 5), waar de armpjes als het ware van ‘gesnoeid’ kunnen worden.Het beeldje wordt gemaakt met de verlorenwasmethode. Daarbij worden meerdere wassen beeldjes bevestigd aan een zogeheten wasboom. Ze worden voorzien van een keramische laag, waardoor er een schaal in de vorm van het beeldje ontstaat. De was wordt er vervolgens uitgesmolten.
- bodem van een wasbrood
- benaming voor een bepaald soort Amerikaanse heester,
Vertalingen
Engelswax myrtle
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek