warmoes

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈwɑrmus/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. groente, plantkunde (groente), (plantkunde) bladgewas waarvan de bladeren of de bladstelen als groente worden gegeten, var. cicla
    Warmoes behoort tot een van de vergeten groenten en heeft al een zeer lange historie.[https://www.delepelaar.com/nieuws/warmoes-vergeten-groente de Lepelaar Nieuws / Warmoes; vergeten groente], delepelaar.com
  2. groente, verouderd (groente), (verouderd) bladgroente in het algemeen, vooral in bereide toestand
    Zij geeft haar baas slechts tweemaal 's weeks zijn lievelingskost, de overige dagen mag hij zich, even als zijne vrouw en kinderen, met een soort van warmoes of soep, die zij, o! zoo delicieus weet te bekokkeren uit een mengelmoes van groenten met havergort of andere grutten en meer ingredienten, ...[https://books.google.nl/books?id=s4vpcnFPFFsC&pg=PA4&dq=%22van+warmoes%22&hl=nl&sa=X&ved=0ahUKEwiW8-7irffgAhUNYlAKHbLjAt84FBDoAQhbMAkv=onepage&q=%22van%20warmoes%22&f=false Probatum est. Geneesmiddel voor Nederlandsche vrouwen], 1854, p.4

Etymologie

**[1] de benaming van de groentesoort is ontstaat uit de meer algemene betekenis [2] "groente"

Vertalingen

Engelschard
Fransbette, blette, poirée
DuitsMangold
Spaansacelga
Italiaansbietola da coste