waratje

/waˈrɑcə/

Betekenis

tussenwerpsel
  1. spreektaal (spreektaal) gebruikt als lichte krachtterm om een bewering in haar geheel te versterken
    In ‘Kansen krijgen, kansen pakken’, zo heet zijn werkstuk, ‘erkent’ het kabinet (een minister spreekt nooit namens zichzelf) dat, waratje, Nederland een immigratieland is.
    't Is een dooie man. Ja, waratje, en helemaal naakt. Hij is in de rug geschoten en al een paar dagen dood.

Etymologie

[https://www.nrc.nl/nieuws/1995/09/19/rien-poortvliet-1932-1995-tekenende-verteller-7281359-a305370 Rien Poortvliet 1932-1995; Tekenende verteller (19 september 1995) op website: nrc.nl]; geraadpleegd 2019-11-11