wapper

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. verouderd (verouderd) slinger, instrument waarmee een zwaaiende beweging wordt gemaakt
  2. bouwkunde, verouderd (bouwkunde) (verouderd) wip van de ophaalbrug
  3. fruit (fruit) een vrucht in trosvorm, bijv. sparrenwapper
  4. spreektaal (spreektaal) in lange ~: bijnaam voor een lange, magere man, slungel
  5. informeel (informeel) (Zeeland) kletsmajoor, veelprater
  6. informeel (informeel) (Zeeland) mond, waffel

Etymologie

*[4] In de betekenis van “slungel”, aangetroffen sinds 1654.