wapper
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (verouderd) slinger, instrument waarmee een zwaaiende beweging wordt gemaakt
- (bouwkunde) (verouderd) wip van de ophaalbrug
- (fruit) een vrucht in trosvorm, bijv. sparrenwapper
- (spreektaal) in lange ~: bijnaam voor een lange, magere man, slungel
- (informeel) (Zeeland) kletsmajoor, veelprater
- (informeel) (Zeeland) mond, waffel
Etymologie
*[4] In de betekenis van “slungel”, aangetroffen sinds 1654.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek