wapen

onzijdig (het)/ˈwapə(n)/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een werktuig van geweld
    Ik vroeg me af of hij een wapen droeg.
    Het was een taal die ze moest leren, zich eigen moest maken, als een wapen moest kunnen hanteren.
  2. een wapenschild
  3. een onderscheidingsteken van een familie

Etymologie

* In de betekenis van ‘strijdwerktuig’ voor het eerst aangetroffen in 1237

Uitdrukkingen

  • Een balk in zijn wapen voeren
  • Groots ( of hoog ) in zijn wapen zijn

Vertalingen

Engelsweapon, arm, coat of arms
Fransarme, armoiries, blason
DuitsWaffe, Wappen
Spaansarma, blasón, escudo
Italiaansarma, stemma
Portugeesarma, brasão de armas, brasão
Russischоружие, герб
Chinees武器
Japans紋章
Poolsbroń, herb
Zweedsvapen, vapen
Deensvåben, våben