wanhopen

/ˈwɑnhopə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. inerg (inerg) denken dat de zaken niet meer ten goede kunnen keren
    Na enige dagen op zee hulpeloos rondgedobberd te hebben begonnen sommigen te wanhopen.

Etymologie

*van Middelnederlands, *

Vertalingen

Engelsdespair
Spaansdesesperanzarse, desesperar