wangedrag

onzijdig (het)/ˈwɑŋɣəˌdrɑx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. gedrag dat tegen de regels van het fatsoen ingaat
    Zijn wangedrag hangt me verschrikkelijk de keel uit.
    Recent kwam er een nieuw schandaal aan het licht. De premier had een ex-regeringslid ondanks klachten over seksueel wangedrag toch een baan gegeven.

Vertalingen

Engelsmisconduct
Fransmauvaise conduite
Duitsslechte Führung
Spaansmala conducta