wandeltempo

onzijdig (het)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de snelheid waarmee men wandelt
    Zijn wandeltempo ligt rond de 5 kilometer per uur. Op oneffen terrein, zoals op bospaden, is De Jong op zijn hoede. Dan ligt de snelheid lager. „Ik wil niet struikelen over boomwortels.”
  2. een snelheid die overeenkomt met die van een wandelaar (ongeveer 5 km/uur)
    Maar ze zei ooit over de marathon van New York: “Oh ja, maar die loop ik ook zo.” Daarmee doelde ze – fanatiek wandelaar – op de limiet die de organisatie heeft gesteld: binnen 8,5 uur moet je over de finish zijn. En dat haal je inderdaad met een gemiddeld wandeltempo ook nog prima.
  3. een langzame manier van bewegen
    Even leek Ajax op te leven, met een aantal doelpogingen tot gevolg, maar al snel vervolgde het duel in een wandeltempo.