wals
mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (werktuigbouwkunde) zware rol om iets mee te pletten
- (techniek) machine om asfalt mee aan te drukken
- (muziek) muziekstuk met driekwartsmaat
- (dans) bepaalde dans, bijvoorbeeld de Engelse wals of de Weense wals
Etymologie
* Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘machine om te pletten’ voor het eerst aangetroffen in 1750
Vertalingen
Engelswaltz
Fransvalse
DuitsWalzer
Spaansvals
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek