waken
/ˈwakə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (inerg) opzettelijk wakker zijn`Als andere mensen slapen, wat doet u dan? 'Als andere mensen slapen, dan waak ik.' Toen ik het zei, wist ik dat dit het enige juiste antwoord was. {{Aut|Sandes, David
- (inerg) (verouderd) wakker zijnOverdag moet je niet slapen maar waken.
- (inerg) bij een stervende zittenIn de lange uren die zij bij haar moeder heeft zitten waken, hebben zij veel met elkaar goedgemaakt.
- (inerg) ~ over: letten op, beschermen.De twintig belangrijkste industrielanden, de G20, zullen voortaan samen over de economie waken.[http://www.hbvl.be/cnt/aid865989/g20-landen-waken-samen-over-economie www.hbvl.be]Het is bijna alsof ik het gevoel heb dat de maan en de sterren over mij waken tijdens de avonturen in mijn leven.
Etymologie
* In de betekenis van ‘niet (gaan) slapen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 901
Vertalingen
Engelswatch, be awake, watch
Fransveiller, veiller
Duitswachen, wach sein, wachen
Spaansvelar
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek